|
Geboren te Antwerpen op 14 juli 1964, groeit Dré op in een volks muzikale omgeving. Zijn grootvader en oom zijn beide drummers. Hun instrumenten
staan bij Dré thuis, waarzij repetern, en zo komt Dré voor het eerst in aanraking met de drums. Als 4-jarig kind speelt hij al dagelijks. Zijn ouders
luisteren naar naoorlogse Amerikaanse muziek en artisten als Frank Sinatra en Nat King Cole en leren hem zo het Amerkaanse “standard songbook”
–repertoire. Samen met zijn broer Jacky Pallemaerts, getalenteerd accordeonist, verzorgen ze de muziek op talrijke folkloristische feest- en dansavonden.
Op jeugdige leeftijd wordt Dré lid van een plaatselijke big band die arrangementen brengt van Caunt Basie en Glenn Miller. Door de vele professionele aanbiedingen, zoals percussionist van het Symfonisch Orkest van de Vlaamse radio en drummer van een populair dansorkest, moet hij zijn studies aan de kunsthumaniora te Antwerpen vervroegd stopzetten.
Vanaf 1979 volgt hij zomer na zomer de Halewijnsstichting-Jazzstage te Dworp (België). Hij ontmoet er bassist John Clayton die hem voorstelt aan
drummer Jeff Hamilton, een idool van Dré. Op zijn beurt nodigt Jeff in 1984 Dré uit om in Los Angeles aan zijn zijde en samen met enkele andere
veelbelovende jonge muzikanten, waaronder de zangeres-pianiste Diane Krall, te komen studeren. De Lessen van Jeff Hamilton leggen een
belangrijke basis voor zijn muzikale ontwikkeling.
Terug in België wordt hij samen met Nederlandse contrabassist Hein Van de Geyn lid van het Jack van Poll trio. Het zijn jaren van vorming in
jazztraditie, tijdens de welke de plaat “Trio-in-one” (September records, 1985) opneemt, en vele zangeressen, zoals Dee Dee Bridgewater of
Deborah Brown, en ook solisten, zoals Arnett Cobb of Dave Pike, begeleidt. Als begeleidingstrio van zangeres Dee Daniels toert het kwartet
tot in de Verenigde Staten. Ter gelegenheid van conserten in Seattle wordt Dré iutgenodigd om daar te blijven en deel te nemen aan het kwartet van
trompettist Art Farmer, het kwartet van zangeres Ernestine Anderson en het trio van pianist James Williams.
Ondertussen is hij een veelgevraagde drummer die met de top van de Belgische jazzmuzikanten, zoals saxophonisten Jacques Pelzer en Steve
Houben, pianist Charles Loos,...) speelt.
In Nederland wordt hij lid van het Jarmo Hoogendijk (trompettist) – Ben van den Dungen (saxophonist) kwintet, en later van het Toon Roos
(saxophonist) kwartet.
De pianist Michel Herr stelt een nieuw trio samen met Dré en Hein Van de Geyn, ondertussen een sterke ritmesectie tandem. Na hun ontmoeting met
saxofonist Joe Lovano, verandert het trio in een kwartet, en vervolgens in kwintet met de toevoeging van trompettist Bert Joris. Dit resulteert in de
kwintet plaat “Solid Steps” (Jazzclub, 1986) en in de Bert Joris kwartetplaat “Sweet Seventina”.
In 1988 vertrekt Dré naar de metropool van de jazz, New York, met als doel er zich verder te ontwikkelen in de jazzcultuur. Mede dankzij de
tussenkomst van Joe Lovano leert hij er heel wat muzikanten kennen en speelt hij onder andere met pianisten Fred Herch en Dave Kikoski en
zangeres Judy Niemack.
Op aanraden van Jeff Hamilton meldt hij zich aan op een auditie van de Woody Herman Big Band. Hij wordt aangenomen met het vooruitzicht op
een tournee in Amerika en Japan, maar moet helaas afzeggen door het niet verkrijgen van een werkvergunning.
Na het voorstel van guitarist Phillip Catherine om een nieuw trio te vormen, steeds met Hein Van de Geyn op contrabas keert Dré terug naar
Europa. Gedurende drie jaar internationaal toeren maakt het trio de cd “Oscar” (Igloo, 1989).
Hij start een langdurige samenwerking met Franse guitarist Serge Lazarevitch en neemt de cd’s “London Baby” (Igloo, 1990) en “Walk with
a lion” (Igloo, 1993) op.
Hij begeleidt ook het debuutwerk van tandem pianist Diederik Wissels en zanger David Linx, de cd’s “Kamook” en “If one more day” volgen, en
vormt het trio met saxophonist Erwin Vann en bassist Michel Hatzigeorgio, “xxxx” (Jazzclub,xxxx) en “Eleven” (Carbon7,xxxx)
In 1993 maakt Dré een belangrijke ontmoeting met trombonist Bob Brookmeyer en wordt lid van het “Bob Brookmeyer New Quartet”. Zij
nemen de opmerkelijke cd “Paris Suite” (Challenge) op. Bob onderricht Dré in compositie, iets wat vanaf dan een blijvende invloed heeft op Dré
zijn muziek schrijven.
Gelijktijdig wordt hij één van de belangrijkste muzikanten in een bruisende, creatieve Belgische scène. Hij drumt bij het Brussels Jazz
Orchestra, werkt mee aan het project “Worlds” (Carbon7, xxxx) van Erwin Vann met trompettist Kenny Wheeler en zangeres Norma Winston, neemt
deel aan het kwartet van pianist Kris Defoort en saxophonist Mark Turner (“Passage”, De Werf, 1997), is lid van het trio van saxofonist Frank
Vaganée dat samen met saxofonist John Ruocco de cd “Two Trios”(De Werf, 1999) opneemt.
Dré wordt docent in het Lemmens Instituut te Leuven.
In samenwerking met Duitse pianist Christoph Erbstôsser openen zij in Antwerpen de opnamestudio “Par Hasard” waarvoor Dré na een
autodidactische studie in de Wetenschap van de Akoestiek zelf de plannen uittekent. Hier ontwikkelt Dré zijn grote passie voor soundengeneering en
geraakt hij in de ban van elektronische muziek. Ondanks de sluiting van deze opnamestudio zet Dré zijn werk als soundengeneer voort in zijn
huisstudio waar hij tot op heden talrijke albums van medemuzikanten mixt.
Vanaf 1996 wordt Dré echt bekend in Parijs mede door de toenmalige club “La Villa” waar men op hem beroep doet voor de begeleiding van vele
solisten. Enkele belangrijke ontmoetingen zijn die met trompettist Tom Harrell an met pianist Bill Carrothers, met deze laatste het begin van een
intense vriendschap en muzikal samenwerking. Samen met landgenoot contrabassist Nic Thys vormen zij een trio dat veel toert in Europa en ook
de cd’s “Swing Sing Songs” (Birdologie, Dreyfus, 2000) en “I Love Paris” (Pirouet, 2004) brengt.
In Parijs ontmoet Dré ook de trompettist Alex Tassel via wie hij pianist Franck Avitabile leert kennen en drummer wordt van zijn “New Trio”
(“Bemsha Swing”, Dreyfus, 2002).
Dré speelt ook in het kwartet van de Zwitserse saxofonist Andy Scherrer en
neemt de cd’s “Second Step” (xxxx,xxxx) en “xxxxx” (xxxx,xxxx) op.
Dré toert regelmatig met de legendarische harmonicaspeler Toots
Thielemans.
Zijn erkend talent bezorgt hem in 2003 de opvolging van de drummer
Daniel Humair als professor aan het departement “Jazz et Musique
Improvisée” van het “Conservatoire National Supérieure de Musique de
Paris”. Deze positie versterkt zijn aanwezigheid in de Franse hoofdstad
waar hij muzikale reisgenoot wordt van de twee Belmondo broers,
trompettist Stéphane en saxofonist Lionel.
Samen met hen geniet hij van de privilege om met grootmeester saxofonist
Jusef Lateef op tournee te gaan en de gewaardeerde cd “Influence” (Bflat,
2005) uit te brengen. Deze cd levert hun een “Victoire du Jazz” award op.
Dré wordt lid van een kwartet dat ontstaat uit de samenwerking tussen
pianist Baptiste Trotignon en saxofonist David El Malek kwartet
(“Trotignon-El Malek-Hall-Pallemaerts”, Naive,2005). Hij begeleidt onder
andere ook zangeres Laika Fatien bij de opname en presentatie van haar cd
“Look At Me Now” (Body and Soul, 2005), pianist Franck Amsallem (“A
Week In Paris”, Nocturne, 2005) en saxofonist Rick Margitza.
De uitgave van “21 Emanations” (Yolk, 2006), cd van het Frans-Belgisch
collectief “Octurn”, onthult een ander facet van Dré als muzikant. Hij stelt
op deze cd een reeks van remixen voor, aangemaakt met de hulp van
computerprogramma’s die muziek genereren op basis van het toeval. Deze
programma’s creëerde hij zelfs tijdens menige nachten in hotelkamers op
tournee. Sinds zijn kinderjaren gefascineerd door het manipuleren van
geluid, verzamelt hij elektronische mogelijkheden om te experimenteren en
te improviseren. Het bestuderen van toevalsgeneratoren, de ontwikkeling
van deze ideeën en de vertaling naar het drumspel hebben zijn drumstijl
sterk beïnvloed.
In 2007 brengt Dré onder het label Bflat zijn eerste eigen album “Pan
Harmonie” uit. De cd belicht Dré’s muzikaal concept, zowel als componist
dan als drummer, en dit als bandleider van een getalenteerde groep die
enkele vrienden verenigt. Hij koos saxofonist Mark Turner, trompettist
Stéphane Belmonde, pianisten Jozef Dumoulin en Bill Carrothers, met wie
hij in de loop van zijn rijke carrière intense momenten beleefde.
Verder is er ook een project en een cd opname met de samenwerking van
de Belmondo’s “Hymn au Soleil’ en het staatskoor van Riga en de release
van een live cd met het Trottignon – El Malek kwartet (Naive), het Bert
Joris kwartet (Dreyfus), het Andy Scherrer sextet (xxxx) en de cd van de
jonge saxofonist Robin Verheyen (De Werf).
Belgische Django d'or 2008.
|